TERUG NAAR OVERZICHT

Reis naar Lapland 31-01-2010 tot 07-02-2010

"Waanzinnig witte wondere Wereld"

Op zondag 31 januari  waren we met 10 personen (Jos, Elke, Anja, Nicole, Ria, François, Debbie, Marie-rose, Marc en Jef). Door een vlucht met Transavia vanuit Brussel (Zaventem) die een kleine vertraging opliep, kwamen we aan het begin van de avond aan op het vliegveld van Kuusamo. Hier werden we verwelkomd door een Laps meisje. Na anderhalf uur rijden zonder verder een dorp tegen te komen, kwamen we ’s avonds om 21u aan in Sallatunturi. Salla ligt zo’n 40 km ten noorden van de Poolcirkel (Napapiirin) en zo’n 15 km van de Russische grens, aan de voet van de 477m hoge Sallatunturi (een tunturi is een kale, afgeronde berg in Lapland). We verbleven in een bungalow (met eigen sauna!!) van Sallatunturin Tuvat. In het restaurant Kiela werden heerlijke Lapse specialiteiten geserveerd, zoals vis en rendier. Een paar kilometer verderop lag het rendierpark ( Sallan Poropuisto). Vanuit dit park werden de meeste excursies die we die week zouden doen, georganiseerd. Hoewel het in het noorden van Finland in de winter erg koud kan worden, was het er tijdens ons verblijf niet zo koud (voor wintersportbegrippen); tussen -17°C en -8°C. Salla is een goede plaats om het Noorderlicht (revontuli) te zien, gemiddeld komt het er elke 2 à 3 dagen voor. Het is alleen te zien als het onbewolkt en donker is. Helaas was het de hele week erg bewolkt en hebben we het Noorderlicht niet kunnen zien.

Op maandag 1 februari was er een rustige activiteit, namelijk een rendiersafari. In het rendierpark werden we naar de rendier-voederplaats gebracht. Eenmaal bij het rendierpark aangekomen hoorden we de husky’s al overactief janken/blaffen, maar daar kwamen we die dag niet voor. De husky’s waren pas de volgende dag aan de beurt. Er stonden een stuk of twaalf sleeën klaar en een aardige kudde rendieren. De gidsen zetten voor elke slee een rendier en we mochten allemaal in een eigen slee gaan zitten. Als we wilden dat ons rendier stopte, moesten we aan het touw trekken en als het rendier harder moest lopen dan gaf je hem een tik met het touw. Klonk simpel. Dan was het tijd om plaats te gaan nemen in de slee. In colonne wandelden/renden de rendieren door het besneeuwde landschap. Af en toe moesten we de rendieren een beetje aansporen wat beter hun best te doen door het touw dat aan hun hoofdstel zat, tegen hun lijf te slaan. Na een tijdje rijden stopten we bij een omheind terrein waar wat jongere rendieren rondliepen. We mochten ze voeren met rendiermos en omdat ze dat natuurlijk wisten, stormden ze op ons af. Vervolgens stapten we de slee weer op en na een klein uurtje volgde de bekende pauze met koffie, worstjes en een lekker broodje, ditmaal geserveerd in een kota, de lapse versie van een wigwam. De gids vertelde ondertussen van alles over de rendieren en de wildernis. De andere gids was bezig met het snijden van houten lepeltjes om mee in de koffie te roeren. Na de warme koffie en thee waren we voldoende opgewarmd om de rest van de tocht aan te kunnen. De rendieren werden weer voorgespannen en vervolgens reden we weer richting rendierpark. Eenmaal terug mochten we “onze” rendieren nog bladeren voeren en daarmee namen we afscheid van onze rendieren. Wat een geweldige dag was het!.

Op dinsdag 2 februari  gingen we de volgende ochtend voor het eerst op huskysafari. We werden met dedbus van Tuvat naar het rendierpark gebracht, zo’n 3,5 km verderop. Allereerst kregen we weer instructies van een gids (vrouw). We zouden met tweeën een slee bemannen; de passagier zit in de slee, de andere persoon staat achterop de slee en bestuurt de slee en de honden. Voor iedere slee staan 6 honden. De voorste twee zijn de leiders (leaddogs), de achterste twee zijn de sterkste honden (wheeldogs) en de middelste twee zijn geen van beide (swingdogs). Het zijn vaak nog jonge honden die misschien ooit nog leider zullen worden. We gingen met 7 sleeën op pad. Iedere slee had één bestuurder en één passagier en werd voortgetrokken door 6 honden. De honden begonnen inmiddels door te krijgen dat ze aan het werk mochten en werden al helemaal enthousiast: ze blaften, huilden en sprongen om het hardst. Omdat het de eerste tocht van de dag was voor de honden, moest er de eerste 5 minuten veelvuldig gestopt worden voor poep-en plaspauzes. Daarna renden de honden lekker door en zag je niets anders dan de ademhaling van de honden. Halverwege was er een pauze. De honden werden aan een boom gebonden en mochten even uitrusten. Onze gidsen maakten snel een vuurtje en hingen de zwarte ketels voor de koffie boven het vuur. Omdat het die dag niet zo koud was lunchten we niet in een kota maar gewoon midden in de sneeuw. Inmiddels brandde er een lekker kampvuur en werd de blackpot coffee en de pot thee weer in het vuur gehangen. Ook kregen we allemaal een tas met een soep van zalm en patatten om boven het vuur te koken en lekkere broodjes. Het was allemaal erg lekker! Wat een fantastisch leven, toch? Toen het erg bochtig begon te worden viel François van de slee, hij kon de slee wel nog met twee handen vasthouden maar gleed op zijn buik een hele tijd achter de slee aan!.De honden renden maar door. De enige manier om ze te stoppen was door met beide voeten op de rem te trappen, maar dat gaat uiteraard moeilijk als je op je buik ligt…. Na twee rempogingen door François werd de slee gestopt en zijn vrouw gered! De sneeuwscooter met de gids was er vlug bij! Na deze korte onderbreking (even de broek ophijsen) ging de tocht nog een aardig eind verder door het prachtige witte, verlaten landschap.

Op woensdag 3 februari bracht weer de bus ons naar het rendierpark voor de tweede dag huskysafari. Deze tocht was iets zwaarder dan de dag ervoor want het had die nacht veel gesneeuwd. We namen dezelfde zeven sleeën maar wel een andere route namelijk naar het hoogste dal. We vonden het de vorige dag zo leuk dat we nog een extra husky-safari geboekt hadden. Tijdens deze safari gingen we met dezelfde twee gidsen op pad. Halverwege was er weer een pauze waarbij de honden aan een boom werden gebonden en zo ook wat rust kregen. Onze gidsen maakten snel een vuurtje in een mooi sneeuwhutje met een dikke laag sneeuw op het hele dak en hingen de zwarte ketels voor de koffie boven het vuur. We kregen we opnieuw een tas met soep om boven het vuur te koken en lekkere broodjes. Het was wederom lekker! Later keerden we terug naar het rendierpark. Enkele minuten later viel Anja van de slee door de zware bochten. Ze kon de slee niet met twee handen houden waardoor ze in de sneeuw viel. Ze probeerde wel naar de slee toe te lopen, maar kon hem niet meer bijhalen. De sneeuwscooter met de gids was in geen velden of wegen te bekennen en Anja geraakte een eind achterop. De honden renden maar door. De enige manier om ze te stoppen was door met beide voeten op de rem te trappen, maar dat ging wat moeilijk zonder bestuurder en met Nicole die in de slee zat… Oef, gelukkig sleede François langs Anja. Zo kon ze achter hem gaan staan. Het enige wat Anja toen dacht was dat ze de slee in geen geval los mocht laten, maar op dat moment stopten de honden direct en keken achterom met een alleszeggende blik: namelijk domme mensen! Wat een lol kan je dan hebben hé! Na deze korte onderbreking (even de broek ophijsen) ging de tocht nog een aardig eind verder door het prachtige witte, verlaten landschap.

Op donderdag 4 februari ochtend vertrokken we vanuit het rendierpark met een gids voor een wandeling door de sneeuw. We waren allemaal uitgerust met sneeuwschoenen (de bekende tennisrackets) en skistokken om te voorkomen dat je al te diep en te vaak zou wegzakken in de diepe sneeuw. Na een kwartiertje wandelen liepen we naar een meer, althans dat werd ons toch verteld. Aangezien alle meren bevroren zijn en bedekt zijn met een dik pak sneeuw was het moeilijk te zien of je op een meer liep of dat het een stuk vlak land was. In de praktijk blijkt vlak land zonder bomen niet echt vaak voor te komen in Lapland, dus is alles wat vlak, wit en boomloos is een bevroren meer. Na een korte uitleg en ijsvisdemonstratie gingen we zelf aan de slag. Hoewel het ijs ongeveer 80 cm dik was, ging het boren van een gat verbazend makkelijk; binnen de minuut was het gebeurd. Daarna moest het gat dat een doorsnede had van ongeveer 10 cm ijsvrij gemaakt worden en kon er met het miniatuurhengeltje gevist worden. Onze angst dat de vissen die wij zouden vangen niet door het gat zouden passen, bleek ongegrond; de gemiddelde vangst was 10 cm lang. Na een aantal keren verrast te zijn en nieuwe gaten geboord te hebben, lukte het ons zelfs na een half uur niet om één enkel visje te vangen! Iets later vertrokken we richting dal en begonnen we redelijk steil te klimmen. In de diepe sneeuw bleek hoe nuttig de sneeuwschoenen en stokken waren. Toch konden ze niet voorkomen dat we af en toe toch tot knie-of heupdiepte in de sneeuw wegzakten. Na ruim twee uur wandelen was iedereen wel toe aan een kleine pauze. In een kota kwamen de rendierhamburgers, de worstjes en de koffie weer tevoorschijn! Na lekker gegeten te hebben werden de sneeuwschoenen weer aangetrokken en keerden we terug richting het rendierpark. Het was een mooie tocht door de witte natuur, langs beekjes, bevroren watervallen en over meren. Om 17.00 uur moesten we verzamelen voor een Lapse avond. Met een bus werden we naar het rendierpark gebracht waar in de buurt een grote kota stond. Deze kota was luxueuzer dan waar we tot op heden waren geweest en was voorzien van toilet, licht, lange tafels en een boot. Een boot? Inderdaad, in de boot werd het buffet opgediend; de hele boot lag vol etenswaren die er heerlijk uitzagen. En dit waren dan nog maar de voorgerechten. Er was onder andere rendiertong, rendierhart, rendierballetjes, verschillende soorten zalm, soep, en nog veel meer. Op de tafels stond zelf gebrouwen Laps bier en water. Het smaakte allemaal erg goed. Als hoofdgerecht kregen we een traditioneel Laps gerecht; gestoofd rendiervlees met aardappelpuree en een compote van bessen. Erg lekker! Terwijl we ons toetje opaten en koffie dronken, werden er interessante verhalen verteld over de Lapse cultuur. Rond 20.00 uur kwam er een einde aan deze gezellige avond en gingen we terug naar onze blokhut.

Op vrijdag 5 februar gingen we ochtend op sneeuwscootersafari met Napapiirin Safarit. Na een korte uitleg vertrokken we samen elk op één van de ongeveer 8 sneeuwscooters voor een twee-uur durende tocht. In Lapland ligt een groot netwerk van honderden kilometers sneeuwscooterpaden, gezien de sneeuwscooter daar in de winter een belangrijk vervoermiddel is. Het was belangrijk om goed op het pad te blijven en niet in de diepe sneeuw buiten de paden weg te zakken. Na een mooie rit, waarbij we eerst dwars door het bos reden en daarna over de weidse vlaktes, kwamen we aan bij Ruuhitunturi. Op de top van deze berg kwamen we net in een wit wintersprookje terecht. Door de wind zaten alle bomen van top tot teen onder de sneeuw, sommige bomen waren zelfs helemaal onzichtbaar! Op de terugweg namen we eerst een kijkje in het rendierpark. Enkele kilometers later kregen Marie-Rose en ik een ongeluk met de sneeuwscooter waarbij Marie-Rose met haar rug tegen een dikke tak botste. Een tijdje later begon ze heel veel pijn in haar borst te krijgen. Marie-Rose bestuurde de scooter en ik zat achter haar. Marie-Rose kon haar echter niet meer herinneren hoe het ongeluk is gebeurd. De sneeuwscooter zat diep in de sneeuw en ik moest duwen en trekken om hem eruit te krijgen. De gids snelde ons ter hulp en ik ben met de scooter terug naar het centrum gereden. Marie-Rose moest samen met Ria naar het kleine ziekenhuis in Salla om haar rechterrib te laten onderzoeken. Ondertussen namen wij de slee om nog even aan een hoge snelheid naar beneden te sleeën op de sleehelling. Wat ging dat hard!
‘s Avonds vertrekken Marie-Rose en ik met ambulance naar een groter ziekenhuis in Rovaniemi om haar beter te laten onderzoeken.

Op zaterdag 6 februari hadden we vrij en konden we kiezen tussen verschillende activiteiten. Elke en Jos gingen mee met de sneeuwmobile naar de Russische grens. Die tocht duurde ongeveer 5 uur. Ria, François, Anja, Nicole, Marc en Debbie wilden graag de kerstman ontmoeten en gingen naar Santa Claus Village in de stad “Rovaniemi”. Marie-Rose en ik verbleven de vrijdagnacht in het ziekenhuis te Rovaniemi. De zaterdagmiddag keerden we 160 km terug met een taxi naar onze bungalow, waar we de hele dag niks gedaan hebben!

Op zondag 7 februari was het tijd na ons ontbijt om de koffers naar de ontmoetingsplaats te brengen, waar de bus ons kwam ophalen. De bus stopte eerst aan de receptie waar een hele groep mensen stond die eveneens naar het vliegveld moesten. De rit van het hotel naar de luchthaven duurde slechts 2 uurtjes. We checkten in en hoefden slechts een uurtje op ons vliegtuig te wachten. Mooi op tijd vertrokken we voor een drie uur durende vlucht naar België.

Verslag door Jef Vandendriessche

  • Copyright De Dove Trekvogels 2010 - 2017
  • Powered by WebPubli